Opruimen!
Opruimen kan op veel terreinen.
Het meest voor de hand liggend terrein is misschien je huis. In je huis kunnen zich in de loop van jaren vele spullen genesteld hebben. Dat doen die spullen natuurlijk niet uit zichzelf. Iemand zet die spullen neer, iemand kan of wil geen afscheid nemen van bepaalde spullen.
Ik heb 3 kinderen en dus heb ik baby/kinderkleertjes, kinderschoenen, schaatsen, tekeningen, spelletjes, schoolrapporten, gewonnen prijzen en kinderboeken. Nee, die kan ik niet weggooien. Echt niet. Mijn eigen kinderboeken kan ik ook niet weggooien, zoals "Dubbele Lotje" of "Paddeltje" en boeken over Saskia en Jeroen. Een stapel "Suske en Wiske". De sprookjes van Grimm met tekeningen van Anton Piek, de sprookjes van Hauff met schitterende illustraties, of een kookboek uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Bak- en kookboeken: stapels heb ik ervan. Heerlijkheden van chocolade, over muffins & scones & co, vegetarisch koken, zelfs een tsjechisch kookboek en een boekje "Mina Bakgraag", Indisch, als ook een kookboek met allerlei Aziatische lekkernijen door Pearl S. Buck.
Geschiedenisboeken over Nederland, de regio Twente, romans van allerlei schrijvers in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En ja, dat boek over de Ramp van Enschede in mei 2000 wil ik zeker behouden.
Tuinboeken en boeken over planten, heesters en bomen.
Boeken uit de feministisch hoek, en over opvoeding, ontwikkelingspsychologie, onderwijskunde en wat dies meer zij. Detectives en thrillers.
Nee, al die schatten gooi ik niet weg. Ik ben aan mijn boeken gehecht; ze horen bij mij en mijn leven. Zij liepen met me mee in mijn leven en ik met deze boeken: we trokken samen op in de uren die ik door bracht in de onverwarmde voorkamer in mijn ouderlijk huis, waar ik de boeken uit de boekenkast van mijn ouders verslond. De boeken die ik las, toen ik op kamers woonde in Den Haag. De boeken die ik las toen mijn kinderen klein waren en zij in bed lagen en de boeken die ik bestudeerde bij diverse opleidingen.
De boeken die ik tijdens schier eindeloos lijkende nachten las, toen mijn moeder op weg was naar haar levenseinde.
Of gewoon omdat ik erg graag lees en snuffel in boeken.
Die gooi ik toch niet weg!
Iets moeilijker wordt het met andermans spullen. Zoals die van mijn ex. Voor mij van nul en generlei waarde, maar voor hem?
Alhoewel? Houtbrokjes, latten met spijkers en schroeven er in; nog meer latjes en latten, een soortement aanrechtblok met roestvrij stalen blad, dat toch was gaan roesten, gebroken badkamer- en keukentegels, snippers en stukken gipsplaat waar geen hond nog wat mee kan. Een platenspeler met een enorm dashboard ernaast, loodzwaar, uit het jaar prik. Versterkers. Microfoonstandaards. Gerbroken blad van een pooltafel of zoiets.
Veel andere stukken elektronische apparatuur met voor mij onduidelijke functies. Ook loodzwaar.
Dozen (heel veel lege dozen…..), doosjes en bakjes met schroefjes, zekeringetjes, buizen, draadjes, printplaten en -plaatjes. Duizenden vellen papier met proefwerken en proefwerkopgaven, werkstukken, gestapeld in een boekenkast, stapels schoolboeken die niemand meer gebruikt, laat staan inkijkt, want er zijn inmiddels vele nieuwe methoden verschenen. Dat houdt de uitgevers in leven, evenals de schrijvers. Stapels studiemateriaal van lang voorbije studies.
Twee zitbanken, waarin sinds jaren niemand meer gezeteld heeft, kapotte lampen, een nooit gebruikt darts board, geluidsboxen, kilometers kabels, ontelbare stekertje, draadjes en heel veel onduidelijke frutsels.
Ach, wat ik in dozen kon pakken, zit nu in dozen en ik heb ongeveer 30 dozen naar een van de vier kelderruimtes gejsouwd.
3 Dagen heb ik spullen van mijn ex ingepakt en gesjouwd. Hij deed en doet het namelijk zelf niet. Ja, nu het ingepakt is, heeft ie een aantal dozen opgehaald.
Net als toen hij vorig jaar niet wist hoe snel hij moest vertrekken en slechts een tas met kleren en toiletspullen meenam. Nadat hij zijn vrijgezellenonderkomen had gevonden, haalde hij een bed en nog enkele zaken op.
Monumentje voor mijn broer: “dat houw ik oe d’r wel efkes in”
Vandaag was ik met één van mijn zonen het "ouwe" terras aan het inspecteren.
Het is een mooi en groot terras waar mijn partner en ik vele jaren van genoten hebben. Genoten van het uizicht, soms op de onweersbuien in het zuiden, en van de vleermuizen die in de schemering rond het huis vlogen.
Afgelopen donderdag had ik bij het vervangen van planken ontdekt dat de balken die de planken dragen gedeeltelijk verrot zijn.
Er moet dus "iets" aan gebeuren. Dat "iets" houdt in dat er een aantal balken (gedeeltelijk) vervangen moeten worden. Dat betekent wederom dat alle terrasplanken gedemonteerd moeten worden, anders kan ik niet bij de balken.
Binnenkort gaan mijn schoonzoon, mijn zoon en ik aan de slag. Het terras wordt als nieuw.
Nadat mijn zoon weer richting huis vertrokken was, moest ik plotseling aan mijn broer denken.
Mijn broer overleed vijf jaar geleden aan de gevolgen van Alvleesklierkanker. Hij was nog maar 52 jaar.
Zijn dood was veel te vroeg. In alle opzichten. Hij was veel te jong en zijn leven was veel te kort geweest. Hij had nog zoveel plannen. Genoot van motor rijden.
Mijn moeder was anderhalf jaar ervoor overleden aan kanker. Zij was bijna 83.
Mijn partner leek allerlei kwalen te hebben, waarvoor allerlei artsen geen medische oorzaak konden vinden.
Ik herinner me nog heel goed hoe machteloos ik me voelde, toen mijn broer ziek was en in "afwachting van zijn dood".
Wij – mijn partner en ik – hoorden de akelige boodschap half december 2004. "Mijn broer gaat dood", zei ik tegen mijn partner. Hij zei ons vakantie appartement op één van de duitse waddeneilanden af, waar we de kerstvakantie zouden doorbrengen. Ik was net weer op de benen na een akelig iets aan mijn rug, al was mijn heup ook nog gammel. Daar bleken eind december 2004 2 cystes in te zitten, veroorzaakt door heupdysplasie.
Toen wij kinderen nog klein waren liepen we altijd samen naar school. In het najaar van 1958 kreeg mijn broertje pijn aan zijn been. "Marianne, wil je mij dragen?" vroeg hij op een dag. Ik droeg hem op mijn rug naar school. In mijn geheugen duurde dat dragen vervolgens wekenlang. Want mijn ouders dachten dat het "de groei" was. Dat was het niet en mijn broertje leek wel steeds gemakkelijker te dragen. Hij werd alsmaar magerder. Op een dag riep ik boos naar mijn ouders, dat ze met hem naar de dokter moesten gaan, omdat hij bijna niet meer kon lopen. Uiteindelijk gingen ze. Mijn broer kwam na een hoop vijven en zessen in het ziekenhuis terecht en men was bang dat hij jeugdkanker zou hebben. Hij bleek chronische beenderontsteking te hebben, wat een enorme opluchting was, want daarvan kon hij genezen. Na weken ziekenhuis mocht hij weer naar huis.
Een smal en mager jongetje met holle ogen kwam thuis. Maar hij werd gelukkig weer beter en later groeide hij uit van iele puber naar stevige bouwvakker. Grote kerel.
Die grote kerel bouwde in mijn eerste eigen huis een prachtige keuken in: Die houw ik oe d'r wel efkes in".
Dat "efkes" duurde wel een paar zaterdagen, maar we hebben erg veel lol gehad en die keuken mocht er zijn!
Toen hij eind 2004 ernstig ziek bleek te zijn en het in de eerste maanden van 2005 toch echt tot allen door drong dat hij echt zou sterven, herinnerde ik me die keren dat ik hem op mijn rug naar school had gedragen.
Op een ochtend in maart 2005 kwam ik bij hem op bezoek. Ik zag zijn machteloosheid en verdriet en voelde mijn eigen machteloosheid en verdriet. Het enige dat ik toen kon uitbrengen was: "Ooit kon ik je meedragen op mijn rug, maar nu kan ik dat niet en ik wilde dat ik het kon, maar ik kan het niet".
We hebben heel lang naast elkaar gezeten, zonder iets te zeggen.
Op 11 april 2005 stierf hij.
Na zijn dood was ik bijna elke week een avond en nacht bij mijn schoonzus. Probeerde haar te steunen en daar was ze blij mee.
Ik probeerde te verwerken en dat ging met vallen en opstaan. Ik was maanden hevig onhandig, liet alles uit mijn handen vallen en mopperde op mij zelf dát ik allerlei dingen uit mijn handen liet vallen. Voelde me naar.
De avond vóór dat mijn partner en ik op vakantie zouden gaan, riep hij me "tot de orde", want volgens hem was ik zo vervelend, dat hij erover dacht in een hotel te gaan.
Dat mijn manier van doen een uiting van intens verdriet, boosheid om de dood van mijn broer, en rouw was heb ik hem nooit echt duidelijk kunnen maken. Hij verdroeg het niet, had er lichamelijk pijn van.
De volgende dag gingen we op vakantie, mijn ogen deden pijn van al het huilen die nacht. Tranen wassen de ziel.
Vandaag stond ik in de warme zon naar het hier en daar verrotte terras te staren en dacht aan de woorden van mijn broer: "Dat houw ik oe d'r wel efkes in". En ik moest glimlachen.
Mijn partner is inmiddels ex. Gelukkig kan ik zelf weer heel veel en met de hulp van mijn zoon en schoonzoon "houwt wiej dat terras d'r wel in".
Zeefdrukken
In mijn profiel heb ik geschreven dat ik het zeefdrukken heb ontdekt.
Hoe?
De universiteit waar ik werk, biedt op allerlei gebied cursussen aan voor studenten en medewerkers. Eén ervan was zeefdrukken o.l.v. een rasechte grafisch vormgever. Doordat een van mijn zoons grafisch vormgever is en ik graag iets wilde doen op dat gebied, ging ik in het najaar van 2009 met die techniek aan de slag.
In de zeefdruk-werkplaats van de Kunstacademie: http://www.artez.nl/fineart/Fine_Art_Enschede
Ik wist meteen wat ik wilde zeefdrukken: een foto die ik in april 2007 in Australië heb gemaakt van en in een"tunnel" van ferntrees.
Australië, waar de kleuren heel anders zijn dan in Europa, het licht anders valt en op de een of andere manier lichter lijkt dan waar ik ooit geweest ben.
Mijn zoon prepareerde de foto. Dat hield in dat hij de foto op zijn computer dusdanig bewerkte dat mijn docent voor elke kleurlaag een sheet kon maken, die vervolgens op de zeef belicht werd en ik laag na laag kon drukken in de kleuren die ik zelf mengde. Het mengen van de kleuren was al een feest op zich zelf!
Ik heb genoten van het hele proces en het uiteindelijke resultaat. Zie foto.
Meer informatie over zeefdrukken: http://zeefdruk.mysites.nl/mypages/zeefdruk/345752.html
terras bouwen….
Een terras bouwen…Hoe doe je dat? Vooral als je dat terras wilt bouwen op schuin aflopende grond…Want ik woon tegen een bergje aan. Het huis is tegen een zuidhelling gebouwd en dat betekent dat wat ik ook doe in de tuin, ik altijd rekening moet houden met die helling naar het zuiden toe.
Nou, dat is een heel karwei! Je moet eerst grond weg spitten, véél grond. Gelukkig waren er lieve mensen die me geholpen hebben met al dat schep- en graafwerk.
En ja, natuurlijk, je hebt een plan nodig, een ontwerp en dat ontwerp moet niet alleen in het hoofd bestaan. Nee, dat moet je tekenen. Dat had ik gedaan. Het zag er prachtig uit, vond ik zelf.
Toen al die grond op een kille vrijdagochtend afgegraven was en een metertje of twee verderop een fikse berg vormde, moest de vorm met paaltjes en touw uitgezet worden. Om die berg zou ik me later bekommeren….Okay, terras met touw en paaltjes uitgezet. Oeiiiii, probleem! Die vorm deugde niet, want er zaten "rare" hoeken in. Net als in het gewone leven, dacht ik. Aan rare hoeken in het leven kan je niet altijd iets veranderen, maar aan rare hoeken in een terras-in-wording wel!
Voor de fundering van het terras waren stoeptegels nodig en voldoende balken had ik ook niet. Mijn lieve helperd en ik gingen die dus bij de bouwmarkt kopen en de berg afsjouwen.
Toen was het inmiddels eind van de middag. Mijn helperd had graag gezien dat het terras meer vorm had gekregen, maar ik vond dat alles al heel ver gevorderd was! En daar was ik heel blij mee. "Ik maak het verder wel af" zei ik. "Kan je dat?" "Ja, dat kan ik." En dat kon ik vol overtuiging en blijdschap zeggen.
Nee, ik heb nog nooit een terras gebouwd, never. Maar ik heb gezien hoe mijn ex-partner ons prachtige terras naast het huis maakte en dan zijn er ook nog dingen zoals klussenhulpen. En wat heb je nog meer nodig? Moed, lef, optimisme, humor, handigheid, gereedschap, ontwerp, probleemoplossend vermogen en je moet tegen een stootje kunnen….
Het kan gebeuren dat op de een of andere wonderlijke wijze de waterpas een rare huppel maakt en een linkse knal tegen je wenkbrauw uit deelt….Daar zit nu een bultje, gaat wel weer over en er zijn veel ergere dingen.
Ik bouw een terras en verheug mij over het wonder dat ik dat kan, geniet van dat wonder. Ik kan dat ook omdat mijn nieuwe heup het zo goed doet en daardoor mijn rug ook, ondanks die kreupele wervel die nooit meer goed komt. Ik kan dat soort klussen doen, omdat ik ijzerenheinig door fittness mijn spieren bleef trainen, ondanks alles.
En ja, vooral ook omdat ik houd van bouwen, opbouwen, maken, bedenken, creëren.
Door dit terras te bouwen, bouw ik ook aan mijn leven.
Omzwervingen
Het boek dat ik nu – weer – lees, heet zo. Sub-titel: De geschiedenis van het joodse volk. Chaim Potok schreef het. Ik vind het schitterend, boeiend, huiveringwekkend, afschuwelijk, verdrietig…..
Al sinds mijn kindertijd ben ik geboeid door geschiedenis. De geschiedenis van mijn familie, de geschiedenis zoals ik die tijdens mijn lagere schooltijd hoorde.. en de geschiedenis van de joden. Kwam dat door de verhalen, die ik als kind hoorde van mijn vader en moeder, mijn tantes? Ik weet het niet. Kwam het doordat een tante en oom tijdens de tweede wereldoorlog een joods meisje in huis hadden opgenomen? Annie, zo heette ze. Ik heb haar nooit ontmoet.
Stomverbaasd, geschokt en boos was ik toen ik hoorde dat joodse mensen moesten onderduiken, zich moesten verstoppen, omdat ze anders vermoord zouden worden. Vergast, verbrand en doodgeschoten.
Ik ben niet iemand die meeloopt in herdenkingstochten. Maar afgelopen 5 mei was ik in Enschede bij de optocht van ongeveer 125 oude legervoertuigen en ik dacht aan al die mensen, die stierven in de WOII. En ik dacht aan Chaim Potok van wie ik het verdriet tussen zijn regels door las.
In mijn speurtocht door mijn familiegeschiedenis kwam ik te weten dat een andere tante en oom na WOII de kinderen van een hooggeplaatste NSB-er in huis hadden genomen. Dát verhaal kende ik niet. Waarom niet, heb ik mij afgevraagd. Was dat een schande? Ik vind van niet. Integendeel!
Hoe zat dat ook al weer met ds. Overduin? Hij had samen met de Joodse Raad in Enschede tijdens de oorlog voor onderduikadressen gezorgd voor ieder die moest onderduiken en na de oorlog wierp hij zich op voor de NSB-ers, vooral voor hun kinderen. Hij werd erom veracht in bepaalde kringen. Mensen konden het niet begrijpen en ook dat kan ik me voor stellen…
En ook het verhaal over de NSB-kinderen behoort tot mijn familiegeschiedenis.
Chaim Potok was in staat ook met liefde te schrijven over de Arabieren en hun cultuur. En hij schreef er prachtig over.
de stem verstomd
Sinds een paar weken ben ik met stomheid geslagen…. Er zat een brok in mijn keel, die niet wilde verdwijnen. Integendeel: de brok groeide tot bijna stikkens toe. Er moesten dokters aan te pas komen en er moest gesneden worden onder algehele narcose. Aldus geschiedde 3 weken geleden. Wat een opluchting! Vaardige handen en instrumenten schraapten een poliep van je welste van mijn stembanden en daar ben ik nu van aan het genezen. Mij werd na deze ingreep minimaal een week spreekverbod opgelegd. Gelukkig is er internet en e-mail enzo….
